Usool us-Soennah van Imaam al-Humaidi


Korte biografie van Imaam Al-Humaidi

Zijn naam is Abee Bakr ‘Abdillah Ibn az-Zubayr al-Humaidi al-Qurashee al-Makkee (overleden 219h)

Een groep van de grootste Imaams van Islaam en de Soennah overleverde van hem. De hoofd van hen was Muhammad ibn Ismaa’eel al-Bukhari (overleden 256h). Eveneens als Imaam Muslim in de Muqaddimah van zijn Saheeh, en Abu Dawood, Al-Tirmidhi. Hetzelfde geldt voor Az-Zuhri, Abu Zur’ah ar-Razee en Abu Hateem ar-Razee, die allen van hem hebben overgeleverd.

Hij is geprezen door grote geleerden:

Imaam Ahmad zei over hem: “Al-Humaidi, is voor ons een Imaam.”

Ishaaq ibn Rahawaaih heeft gezegd: “De geleerden in onze tijd zijn, ash-Shaafie’ee, al-Humaidi en Abu Ubayd.”

Imaam al-Bukhari zei over hem: “Al-Humaidi is een Imaam in Hadeeth”

Adh-Dhahabi zei over hem: “Hij was van de meest oudere Imaams van de religie, hij is een Haafidh, standvastig in het memoriseren en het rijkelijk overbrengen ervan”

Bron: Sharh Usoool is-Soennah lil-Haafidh Al-Humaidi, van Shaykh Abdullah al-Bukhari, aqidah.com

Het boek

Bishr ibn Moosa[1] verhaalde dat Al-Humaidi tegen hun zei:

Geloof in al-Qadar(voorbeschikking)

De soennah is met ons wanneer een individu gelooft in al-Qadar, het goede en slechte, het zoete en het bittere, en hij weet dat wat hem is aangedaan niet te vermijden is, en wat hem niet is aangedaan, zou hij ook niet geteisterd mee worden.[2]

Geloof is woord en daad, het stijgt en daalt

En Al-Imaan (geloof) is woord en daad, het stijgt en daalt, en een gezegde heeft geen waarde, zonder de daad (het verkondigen en vervolgens uit te voeren), er is geen woord of daad, zonder een intentie, en er is geen woord, daad of intentie zonder de Soennah.[3]

Goed spreken over de metgezellen, moge Allaah tevreden met hun zijn

En Allaah vragen om genade te tonen aan de metgezellen van Muhammad , ieder van hen, want voorzeker, Allaah heeft gezegd:

“En degenen die na hen kwamen, zeggen: “Onze Heer, vergeef ons en onze broeders, die ons voorafgingen in het geloof…” – Soorah Al-Hashr, vers 10.

Dus zijn wij verplicht om vergeving te vragen voor hen. Als er daarom iemand hun vervloekt, of een van hen haat, dan is hij niet op de Soennah en heeft hij geen recht van Al-Fay (geld die door de ongelovigen zijn ontvangen d.m.v Jizyah, overeenkomst etc.).

Meer dan een persoon heeft overgeleverd aan ons, onder het gezag van Malik ibn Anas, dat hij heeft gezegd, dat Allaah ta ‘ala Al-Fay heeft verdeeld en zei:

“Een deel behoort aan de arme vluchtelingen die van hun huizen en hun eigendommen zijn verdreven…” – Soorah al-Hashr, vers 8.

Daarna zei Hij de Verhevene:

“En degenen die na hen kwamen, zeggen: “Onze Heer, vergeef ons en onze broeders, die ons voorafgingen in het geloof, en laat geen wrok in ons hart blijven tegen de gelovigen. Onze Heer! U bent inderdaad Liefderijk, Genadevol.” – Soorah Al-Hashr, vers 10.

Dus wie dit niet voor hun (de metgezellen) zegt, dan zijn zij niet van degene voor wie Al-Fay is.[4]

De Qur’aan is het Woord van Allaah

De Qur’aan is het woord van Allaah. Ik hoorde Sufyaan (ibn Uyaynah) zeggen: “De Qur’aan is het woord van Allaah en wie zegt dat het is geschapen, dan is degene een persoon van Bid’ah (vernieuwing in de religie) en wij hebben van niemand (de geleerden van kennis) gehoord dat dit zo is (dat het geschapen is).”[5]

Sufyaan over Imaan(geloof)

Ik hoorde Sufyaan zeggen: “Imaan is woord en daad en het stijgt en het daalt.” Zijn broer Ibrahim ibn Uyaynah reageerde: ”O Aba Muhammad, zeg niet dat het (imaan) daalt,” Hij werd vervolgens boos en zei: “Stil O jong! Het daalt totdat er niets meer van over blijft!”[6]

De bevestiging van Zijn Attributen

En de bevestiging van het zien van Allaah (Ar-Ru’yah), na de dood. En wat de Qur’aan en de Hadeeth hebben vermeldt zoals:

“En de Joden zeggen: ‘De hand van Allah is gebonden.’ Hun handen zijn gebonden…- Soorah Al-Maa’idah vers 64.

Net als zijn verklaring zoals:

…en de hemelen zullen worden opgerold in Zijn Rechter Hand…” – Soorah Az-Zumar vers 67

En soortgelijke verklaringen in de Qur’aan en Hadeeth. Wij voegen niets eraan toe, noch leggen we het uit (het zeggen van “hoe”). Echter stoppen wij waar de Qur’aan en de Soennah zijn gestopt[7], en Hij ta ‘ala zegt:

“De Meest Barmhartige Istawaa(rees over) Zijn (Machtige)Troon (in een manier dat past bij Zijn Verhevenheid). – Soorah Taa Haa vers 5.

Wie iets anders dan dit beweerd, is een Jahmee die (de Attributen van Allaah) ontkend(Mu’attil).

Het verschil tussen Ahlus-Sunnah en de Khawaarij

En wij zeggen niet wat de Khawaarij beweren, dat wie een grote zonde pleegt, ongeloof heeft begaan. Noch verklaren wij iemand een ongelovige, wat met zondes te maken heeft. Echter is ongeloof bij het laten van vijf (zuilen) waarover de profeet heeft gezegd: “Islaam is gebouwd op vijf pilaren, de getuigenis dat er geen God is die in waarheid dient aanbeden worden behalve Allaah en dat Muhammad de boodschapper van Allah is, het verrichten van het gebed, het geven van de armenbelasting, het vasten in de maand van Ramadhaan en het verrichten van de Hajj naar het Huis van Allaah.”[8]

Echter, met betrekking tot eerste drie van deze, debateer dan niet met degene die dit nalaat. Degene die de Shahada niet getuigd, zal niet bidden en vasten. Geen enkele van deze daden mogen uitgesteld worden in haar aangegeven tijden, noch is het voldoende om het in te halen buiten de aangegeven tijden, vanwege nalatigheid en het opzettelijk vertragen ervan.

Wanneer een persoon de Zakaat betaald, dan is dit voldoende en wanneer iemand dit nalaat is degene een zondige. Met betrekking op de Hajj, wanneer het voor iemand verplicht is, dan is het verplicht om het te verrichten. Het is echter niet verplicht in dat zelfde jaar, tenzij degene in een situatie is dat hij het kan uitvoeren. Wanneer hij het uitvoert, dan dient hij zijn verplichtingen uit te voeren en is, in tegenstelling bij de Zakaat, geen zondaar wanneer dit wordt uitgesteld (het uitvoeren van de Hajj), omdat de Zakaah het recht is van de arme Muslims. Hij weerhoudt het van hun, dus is hij een zondige, totdat hij het geeft. Wat betreft de Hajj, dan is dit iets tussen hem en Zijn Heer. Wanneer hij het heeft uitgevoerd, dan heeft hij zijn verplichtingen voldaan.

Als degene komt te overlijden en hij had de middelen (om Hajj te verrichten), maar het niet heeft gedaan, vraagt hij of hij teruggestuurd kan worden naar de wereld, zodat hij de Hajj kan verrichten[9]. Het is ook een vereiste dat een van zijn familieleden de Hajj namens hem verricht.

 

Voetnoten

[1] Hij was een Imaam, Haafidh, betrouwbaar. Al-Khateeb zei over hem: “Hij was betrouwbaar met intellect en standvastigheid.” Daaraqutnee zei over hem: ”Betrouwbaar.” Zie As-Siyar(13/352-354) en Tareekh Al Baghdaad(7/86-88)

[2] Gebaseerd op een overlevering die o.a in Abu Dawud(nr. 4699, overgeleverd door ibn Dailamee) staat.

[3] Ash-Shafi-ee heeft gezegd: “De metgezellen en hun opvolgers waren er unaniem over eens dat eemaan woord, daad en intentie is. De ene is niet uit elkaar te halen van de andere.” Sharh Usool ‘Itiqaad (5/886-887)

[4] Overgeleverd door Imaam Al-Laalikaa’ee in Sharh Usool-‘Itiqaad(nr 2400), de overleveringsketen is Hasan(betrouwbaar) tot aan de Anas ibn Maalik.

[5] Imaam Ahmad zegt in Usool us-Soennah: “En de Qur’aan is het woord van Allaah en het is niet geschapen. Degene moet niet te zwak zijn in het zeggen dat het niet geschapen is. Het woord van Allaah is niet iets wat apart van Hem ta ‘ala is, en geen enkel iets is ervan geschapen. En wees gewaarschuwd voor degene die vernieuwd in deze zaak, dat de recitatie van de Qur’aan is geschapen en andere van zulke beweringen. En degene die twijfelt in deze zaak en zegt: ‘Ik weet niet of het geschapen is of niet, het is het Woord van Allaah,’ dan is hij een persoon van innovatie en is hetzelfde als degene die zegt dat het geschapen is. Voorzeker het is het Woord van Allaah en het is niet geschapen ” Overgeleverd in As-Sunnah van Imaam ‘Abdullaah ibn Ahmad ibn Hanbal (2/18) en Sareehus-Sunnah van At-Tabaree(p.24-29) en andere.

[6] Overgeleverd door ibn Abee ‘Umar al-‘Adanee in Al-Imaan(nr.28), Al-Laalikaa’ee(nr. 1745) en in Al-Aajurree in Ash-Sharee’ah(p.117). De overleveringsketen is authentiek.

[7] Imaam at-Tirmidhi heeft gezegd in zijn Sunan(3/50-51): “Het is door meerdere personen van de Mensen van Kennis vertelt over deze Ahaadeeth. Het is geen Tashbeeh(vergelijking) met de Attributen van Allaah. En onze Heer, de Nobele en meest Verhevene, daalt naar de laagste hemel elke nacht. Dus zij(de geleerden) zeggen: ‘Bevestig deze overleveringen, heb Imaan erin, en ontken ze niet, noch vraag je naar de hoedanigheid.’ Degene van wie dit is genomen zijn Maalik ibn Anas, Sufyaan Ath-Thawree, Sufyaan ibn Uyaynah en Abdullaah ibn Mubarak. Zij zeiden allen over deze Ahadeeth: ‘Laat ze hoe ze nu zijn, zonder de hoedanigheid ervan te vragen.’ De Jahmiyyah zijn hier het niet mee eens en zeggen: ‘Dit is Tashbeeh(vergelijking)!’ Echter heeft Allaah de Verhevene in verschillende plekken in Zijn Boek, de Attributen van Al-Yad(Hand), As-Sam(Horen), en Al-Basr(Zien) vermeld, maar de Jahmiyyah verdraaien (Ta’weel) deze Ayaat, door het anders uit te leggen dan hoe de Mensen van Kennis het hebben uitgelegd. Zij(de Jahmiyyah) zeggen: ‘Voorzeker, Allaah heeft Adam niet geschapen met Zijn eigen Hand…’ Zij menen dat de Hand, Allaah’s Kracht is. Ishaaq ibn Rahawaaih heeft gezegd: ‘Tashbeeh (vergelijking) betekent het zeggen van ‘Hand net als mijn hand, of gelijkwaardig aan mijn hand,’ of het zeggen van ‘Horen net als hoe ik hoor, of gelijkwaardig aan hoe ik hoor,’ dit is Tashbeeh. Als er echter wordt gezegd, wat Allaah heeft gezegd, ‘Hand, Horen, Zien,’ en er wordt niet gevraagd naar de hoedanigheid, noch wordt er gezegd ‘Net als hoe ik hoor, of gelijkwaardig aan hoe ik hoor,’ dan is het geen Tashbeeh. Allaah, de meest Barmhartige en de meest Verhevene zegt in Zijn Boek: Er is niets gelijkwaardig aan hem, en hij is de Alhorende en de Alziende(Soerah ash-Shoora vers 11).” Zie ook Sunan At-Tirmidhi(4/692). Een uitgebreide discussie over dit onderwerp is te vinden in Muktaris-Sawaa’iq(1/10-91), Dhammut-Ta’weel van ibn Qudaamah, Al-Ikleel van ibn Taymiyyah, Sharh Usool ‘i tiqaad(3/430-433), ‘Aqeedatul-Imaam ibn Qudaamah en Kitaabus-Sifaat van al-Haafidh ‘Abdul-Ghaniy Al-Maqdisi(p.129-130)

[8] Overgeleverd door o.a. al-Bukhari(nr. 8) en Muslim (nr. 16).

[9] Abdullaah ibn Yoosuf al-Judai’ in zijn verificatie van al-Humaidi’s Usool us-Soennah in Majalatul-Hikmah (1/281-288) heeft de Hadeeth(o.a. in Jaami At-Tirmidhi nr.3313) waar dit is op gebaseerd, zwak verklaard. Een van de redenen is, dat Aboo Janaab (Yahyaa ibn Aboo Hayyah) zwak is in Hadeeth, niet sterk was en zich schuldig bevond in Tadlees en dat Ad-Dahhaak niet heeft overgeleverd van ibn ‘Abbaas.

Bronnen:

 

Wa sallalaahu ‘ala nabiyyina muhammad, wa ‘ala alihi wa sahbihi adjma’een…

Vertaald door Imraan Habiboellah

 

 

Advertisements